Wat houdt de nieuwe wet ZZP schijnzelfstandigheid precies in?
De nieuwe wet zzp schijnzelfstandigheid draait in de kern om de Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Wet VBAR). Deze wetgeving dwingt opdrachtgevers en freelancers om uiterst kritisch naar hun samenwerking te kijken.
Als een zzp’er hetzelfde werk doet als een vaste werknemer en onder leiding staat van de opdrachtgever, ziet de Belastingdienst dit nu direct als een verkapt dienstverband. Het gevolg is dat de arbeidsrelatie met terugwerkende kracht wordt omgezet in loondienst.
Dit betekent dat de opdrachtgever alsnog loonheffingen en sociale premies moet afdragen. Ook de zzp’er verliest direct fiscale voordelen, zoals de zelfstandigenaftrek en de mkb-winstvrijstelling.
Drie hoofdregels van de Wet VBAR
Om te bepalen of iemand een echte ondernemer is of stiekem een werknemer, hanteert de overheid in 2026 drie harde hoofdcriteria. Deze kaders vervangen de oude, vaak bekritiseerde Wet DBA volledig.
- Werkinhoudelijke sturing: Bepaalt de opdrachtgever hoe, waar en wanneer het werk exact wordt uitgevoerd?
- Organisatorische inbedding: Voert de zzp’er kernwerkzaamheden uit die het reguliere personeel binnen het bedrijf ook doet?
- Werken voor eigen rekening en risico: Loopt de freelancer financieel risico, regelt hij eigen vervanging en investeert hij zelf in bedrijfsmiddelen?
Wegen de eerste twee punten zwaarder in de praktijk? Dan gaat de fiscus uit van een werknemer. Het derde punt kan de constructie redden, mits de freelancer écht als zelfstandig ondernemer opereert en zijn eigen merk in de markt zet.
Rechtsvermoeden van werknemerschap: Let op je uurtarief
Een cruciaal onderdeel van de actuele wetgeving is de harde grens rondom het uurtarief. Voor lage tarieven is namelijk een rechtsvermoeden van werknemerschap ingevoerd.
Werkt een zzp’er voor een basistarief van minder dan circa 33 euro per uur? Dan gaat de wet er standaard vanuit dat deze persoon feitelijk een werknemer is. De bewijslast draait in dit specifieke geval volledig om.
De opdrachtgever moet dan met keiharde bewijzen voor de rechter aantonen dat de goedkope kracht toch écht een zelfstandige is. In de praktijk blijkt dit vrijwel onmogelijk, wat leidt tot het schrappen van externe opdrachten in de lagere tariefschalen.
De fiscus deelt weer volop boetes uit
Sinds het handhavingsmoratorium definitief van de baan is, controleert de Belastingdienst weer agressief op schijnconstructies. Bedrijven kunnen zich niet langer verschuilen achter vooraf goedgekeurde modelovereenkomsten als de praktijk anders uitwijst.
Inspecteurs kijken nu puur naar de realiteit op de werkvloer. Staat een freelancer in het smoelenboek van het bedrijf, moet hij verplicht meedoen aan functioneringsgesprekken of gebruikt hij een laptop van de zaak? Dan volgt er genadeloos een naheffing.
Voor opdrachtgevers kunnen deze financiële sancties oplopen tot in de tienduizenden euro’s per verkeerd ingehuurde kracht. Grote en middelgrote organisaties voeren momenteel dan ook een grondige compliance-check uit om hun flexibele schil juridisch af te dichten.
